Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5.2.

Locatie shishalounge en overige vereisten

Onderdeel van Beleid exploitatievergunning horeca en openbare inrichtingen Gemeente Nieuwegein 2019

Gezien de openbare orde en veiligheid problematiek die shishalounges in het algemeen met zich meebrengen, acht de burgemeester het van belang dat er geen shishalounges kunnen worden gevestigd in de risicogebieden zoals zijn opgenomen in het Bibob-beleid (het gebied Hildo-Kropstraat/ Kruyderlaan/ gedeelte van de Herenstraat, bedrijventerrein De Liesbosch/Laagraven, bedrijventerrein Plettenburg/De Wiers). Voor kaarten van de risicogebieden wordt verwezen naar bijlage 3 van het Bibob-beleid. Ook voor de toelichting waarom deze gebieden zijn aangewezen als risicogebieden, wordt verwezen naar het Bibob-beleid. Opgemerkt dient te worden dat het bevoegd gezag de risicogebieden bij afzonderlijk besluit kan uitbreiden of inkrimpen. Het Bibob-beleid is daarin leidend, het Beleid exploitatievergunning horeca en openbare inrichtingen volgend. Wenselijk is dat, mocht een shishalounge zich in Nieuwegein willen vestigen, deze zich vestigt in een centrum gebied waar meer toezicht en sociale controle is. Door te verbieden dat shishalounges zich mogen vestigen in de risicogebieden, wordt dat effect hiermee bewerkstelligd. Zoals reeds aangegeven, is er slechts één vergunning beschikbaar voor een shishalounge. Dit geldt voor zowel de shishalounge als hoofdactiviteit als de shishalounge als ondergeschikte activiteit. Indien een restaurant (hoofdactiviteit) de activiteit van het roken van shisha (als ondergeschikte activiteit) wil exploiteren, dan zal voor het roken van shisha een vergunning aangevraagd moeten worden. Indien de vergunning al vergeven is aan een andere shishalounge/-activiteit, dan is het niet toegestaan het roken van shisha als ondergeschikte activiteit uit te voeren. In het verlengde hiervan is het niet toegestaan de activiteit van het roken van shisha te combineren met een hoofdactiviteit welke in het Bibob-beleid is aangemerkt als risicobranche (artikel 2, tweede lid, Bibob beleid). Indien geconstateerd wordt dat er in een horeca- of andere openbare inrichting shisha wordt gerookt zonder vergunning, kan handhavend worden opgetreden. Indien de vergunning voor een shishalounge nog beschikbaar is, kan deze worden aangevraagd. De activiteiten dienen in dat geval in de tussentijd te worden gestaakt. Indien deze vergunning niet meer beschikbaar is, dient handhavend te worden opgetreden tegen de geconstateerde shisha-activiteiten. Voor het overige gelden de volgende vereisten: De shishalounge mag zich enkel vestigen op locaties waar bestemmingsplan technisch horeca categorie 2 en 3 is toegestaan. De shishalounge mag niet gelegen zijn onder of naast een woning. De ruimte waar de waterpijp wordt gebruikt moet goed worden geventileerd. Aangesloten wordt bij de mechanische luchtventilatie eisen zoals genoemd in het Bouwbesluit. De afgezogen rook wordt op voldoende hoogte verspreidt. Als er geurhinder plaatsvindt, dient op basis van het Activiteitenbesluit de geurhinder op een aanvaardbaar niveau te worden gebracht. Conform de Tabakswet is het niet toegestaan tabak (danwel pijptabak of fruittabak) te roken in de shishalounge, ook niet in een aparte rookruimte (ECLI:NL:HR:2019:1449). In de shishalounge mogen geen kansspelautomaten aanwezig zijn. In de shishalounge is het toegestaan om maximaal tien waterpijpen gelijktijdig in gebruik te hebben. Indien het bedrijf een oppervlakte heeft van meer dan 200 m2, is het toegestaan om maximaal vijftien waterpijpen gelijktijdig in gebruik te hebben. Ingeval er gebruik wordt gemaakt van steenkooltjes en/of Quick light kooltjes in de waterpijpen, dient er een CO-melder aanwezig te zijn in de inrichting. De bedekking van de vloer dient te bestaan uit steenachtige materialen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel