**1..** Voor zover de medewerker voor de kosten van het woon-werkverkeer een lagere vergoeding ontvangt, dan de werkgever volgens de belastingwetgeving (artikel 31a lid 2 sub a wet LB ’64) maximaal per kilometer onbelast mag verstrekken, kan hij verzoeken het fiscaal voordeel over het verschil daartussen te ontvangen door uitruil met zijn IKB. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:
de extra reiskostenvergoeding kan alleen worden uitgeruild met het individuele keuzebudget;
het reizen met het openbaar vervoer wordt gelijkgesteld aan het reizen met eigen vervoer;
bij uitdiensttreding vindt zo nodig verrekening met het nettoloon plaats;
bij langdurige afwezigheid, dat wil zeggen langer dan zes weken aaneengesloten, wordt de reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer stopgezet per de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van ziekmelding. De vergoeding wordt weer gestart vanaf de maand na de maand waarin de medewerker zijn (re-integratie)werkzaamheden weer heeft hervat;
voor de bepaling van de vrij te verstrekken bedragen zoals genoemd in sub a van dit lid, wordt gebruik gemaakt van de door de Belastingdienst aangegeven regeling, waarbij de reisafstand wordt bepaald door het woonadres en de standplaats te berekenen via Routenet.nl, waarbij wordt gekozen voor de snelste route met de auto;
als de enkele reisafstand tussen de woon- en standplaats meer dan 75 kilometer is, moet het aantal gewerkte dagen geregistreerd worden. Jaarlijks wordt dit, ondertekend door de medewerker doorgegeven aan de salarisadministratie. Als de vergoeding bovenmatig blijkt, vindt correctie plaats.
**2..** De berekening van de reiskostenvergoeding woon- werkverkeer is als volgt: 214 (dagen) x afstand retour per dag x € 0,19 x aantal werkdagen per week/5. Het berekende bedrag wordt verminderd met de reeds ontvangen vergoeding reiskosten woon- werkverkeer en gedeeld door 12 om de vergoeding per maand te kunnen berekenen.
**3..** Voor zover de medewerker voor de kosten van een dienstreis een lagere vergoeding ontvangt dan de werkgever volgens de fiscale wetgeving 1 Artikel 31a lid 2 onderdeel a 3o van de wet op de loonbelasting 1964. mag vergoeden kan hij verzoeken het verschil daartussen te ontvangen door uitruil met zijn IKB.
**4..** De vergoeding van de extra reiskosten wordt verrekend door inzet van het IKB. Dit betekent dat zowel de verschuldigde loonbelasting als de sociale verzekeringen wordt verlaagd.
Artikel 2