Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente

Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Schouwen-Duiveland 2019

1. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: a. de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; b. bij gebruik van een eigen auto het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt . 2. Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed. 3. Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4. Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5. De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. 6.       Aan het raads- of commissielid dat op 31 december 2018 in functie was, wordt op zijn verzoek tot de datum waarop hij op grond van hoofdstuk X van de Kieswet of andere van toepassing zijn wet-regelgeving ophoudt raads- of commissielid te zijn, doch uiterlijk tot het einde van zijn huidige zittingstermijn, bij gebruik van een eigen auto reiskostenvergoeding verstrekt met toepassing van de Regeling rechtspositie wethouders, zoals die luidde op 31 december 2018. Een verzoek als bedoeld in de eerste volzin kan slechts eenmaal, te weten binnen één maand na vaststelling van deze verordening, worden ingediend bij de griffier.

Rechtspraak bij dit artikel