Op grond van artikel 4.6. van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer op een zodanige wijze toestellen te gebruiken of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder ontstaat of een ernstig risico bestaat op letsel en/of andere vormen van gehoorschade. Van het verbod in artikel 4:6 van de APV kan ontheffing worden verleend. Aan die ontheffing worden geluidsnormen gekoppeld. Deze geluidsnormen gelden zowel voor buitenevenementen als evenementen in een gebouw die niet tot een inrichting behoort.
Algemeen
Binnen de gemeente worden op verschillende locaties evenementen gehouden. Daarbij gelden de volgende geluidsvoorschriften:
Het equivalente geluidsniveau (LAeq,T) tijdens het evenement mag op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, niet hoger zijn dan 70 dB(A) en 85 dB(C).
Aanvullingen
Aanvullend op de algemene geluidsvoorschriften kan één van onderstaande aanvullingen van toepassing zijn.
Meldingsplichtige A-evenementen
Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor evenementen waarvoor het evenement afgedaan kan worden met een melding het volgende:
Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 92 dB(A).
Vergunningsplichtige B- en C-evenementen
Aanvullend op de algemene geluidsnormen geldt voor evenementen waarvoor een evenementenvergunning vereist is het volgende:
Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 103 dB(A).
Evenementen voor 18-
Aanvullend op de algemene geluidsnormen en in afwijking van het niveau voor meldingsplichtige of vergunningsplichtige evenementen geldt voor evenementen die (voornamelijk) gericht zijn op personen jonger dan 18 jaar het volgende:
Het LAeq,T mag tijdens het evenement op de dansvloer op 1,5 meter meethoogte niet hoger zijn dan 88 dB(A).
Uitzonderingen
In principe gelden de algemene geluidsvoorschriften, tenzij één of meerdere van onderstaande uitzonderingen van toepassing is. Dan gelden ook de geluidsvoorschriften van de uitzondering in plaats daarvan.
Aangewezen evenemententerreinen
In de gemeente zijn in bestemmingsplannen locaties aangewezen als evenemententerrein. Deze terreinen zijn aangewezen, omdat meerdere keren per jaar hier evenementen (kunnen) worden gehouden. In principe gelden hiervoor de algemene geluidsnormen, zoals hierboven vermeld, maar omdat op de aangewezen terreinen veelal de grotere (muziek)evenementen worden georganiseerd en deze terreinen veelal zijn gelegen tussen geluidsgevoelige objecten, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten andere geluidnormen toe te staan. De geluidsnorm voor aangewezen evenemententerreinen ligt binnen een bandbreedte tussen de 70 dB(A) en 85 dB(A). Aan het krijgen van deze hogere normen worden strikte voorwaarden gekoppeld. Zo kan de organisator gevraagd worden om via een akoestisch rapport aan te tonen dat niet volstaan kan worden met de bovengenoemde geluidsnormen en te berekenen wat de benodigde geluidbelasting is op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige objecten.
Kermisterreinen
De attracties op een kermis, wat ook een evenement is, produceren geluid. In afwijking van de algemene geluidsvoorschriften moeten de attracties aan de volgende geluidsvoorschriften voldoen:
Het LAeq,T op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, mag niet hoger zijn dan 85 dB(A) en 90 dB(C).
Het LAeq,T mag per attractie niet hoger zijn dan 88 dB(A), gemeten op een afstand van 2 meter rondom de attractie op 1,5 meter meethoogte.
Horeca tijdens kermis
Voor evenementen (deels) buiten de grenzen van de inrichtingen van horecagelegenheden op of direct aansluitend aan het kermisterrein (tijdens een kermis in betreffende kern) mag het LAeq,T tijdens de kermisdagen in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag tot 0.45 uur en de overige dagen tot 23.45 uur niet meer bedragen dan 85 dB(A) en 90 dB(C) op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten.
Carnavalsoptochten
Deelnemende wagens en groepen aan een carnavalsoptocht of een andere vergelijkbare optocht produceren geluid. In afwijking van bovengenoemde geluidsnormen moeten de deelnemers aan een dergelijke optocht aan de volgende geluidsnormen voldoen:
Het LAeq,T mag op 1,5 meter meethoogte, ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde gelegen woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen of aangegeven rekenpunten, niet hoger zijn dan 70 dB(A) en 85 dB(C).
Het bronvermogen een geluidproducerende voorziening mag per deelnemer niet hoger zijn dan 88 dB(A).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.6.1.1