Naar hoofdinhoud
Leden van de raad en van het college spreken vanaf hun plaats en richten zich tot de voorzitter Het is aan de voorzitter van de vergadering en de agendacommissie om te bepalen wanneer van het spreekgestoelte gebruik wordt gemaakt. De voorzitter kan bepalen dat er gebruik wordt gemaakt van de interruptiemicrofoon. Leden van de raad en van het college voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben. Beraadslaging over onderwerpen of voorstellen geschiedt in ten hoogte twee termijnen, tenzij de raad anders beslist. Spreektermijnen worden door de voorzitter afgesloten. Raadsleden voeren in een termijn niet meer dan éénmaal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. Het vijfde lid is niet van toepassing op de rapporteur van een commissie of een raadslid dat een amendement, een subamendement, een motie of een initiatiefvoorstel heeft ingediend, ten aanzien van de beraadslaging over het door dat raadslid ingediende. Bij de bepaling hoeveel malen een raadslid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde.

Rechtspraak bij dit artikel