1. Burgemeester en wethouders verlenen, voor zover de daartoe bestemde ruimte van de
begraafplaats dat toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag, voor de tijd van tien, twintig en dertig jaar een recht op een particulier graf. De termijn
begint te lopen op de datum waarop het particuliere graf is uitgegeven.
2. In het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende
verlengd telkens met minimaal 5 jaar en niet langer dan 30 jaar, mits de aanvraag voor
het verstrijken van de lopende termijn wordt ingediend.
3. Het in dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip, waarop het
terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats is onttrokken.
4. Het recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende tegelijk worden
verleend. Rechthebbenden en gebruikers dienen een wijziging van hun adres aan de
administratie van de begraafplaats door te geven.
5. Het grafrecht op een eigen graf eindigt door het overlijden van een tweede
rechthebbende; indien deze rechthebbende een niet-natuurlijke persoon is, eindigt het grafrecht twintig jaar nadat het grafrecht op deze rechthebbende werd overgeschreven.
Hoofdstuk 4.
Artikel 15.
Termijnen particuliere graven
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en gedenkpark “De Leeuwerenk”2019