De laatste zin van dit lid betreft de verlenging en luidt: ‘Het voor bepaalde tijd verleende recht wordt op verzoek, mits gedaan binnen twee jaar voor het verstrijken van de termijn, telkens verlengd, met dien verstande dat de houder van de begraafplaats kan bepalen dat een periode van verlenging niet korter is dan vijf jaar en niet langer is dan twintig jaar.’
Een en ander heeft gevolgen voor artikel 15 (‘Termijnen particuliere graven’) van de beheersverordening.
Hoofdstuk 8.
Artikel 28
Wlb. Het eerste lid van dit artikel is gewijzigd in die zin, dat de minimumtermijn voor verlening van het uitsluitend recht op een graf van twintig jaar is teruggebracht tot tien jaar.
Onderdeel van Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats en gedenkpark “De Leeuwerenk”2019