**1..** Voor de rangschikking als bedoeld in artikel 1.15 en artikel 2.1.7 van de Verordening subsidies Pop3 worden de volgende criteria toegepast voor de onder artikel 1 bedoelde subsidiabele activiteiten:
Effectiviteit van de activiteit, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:
de mate waarin de activiteit bijdraagt aan het doel van de openstelling;
het bereik van de activiteit;
de mate waarin (blijvende) toepassing van de aangeboden kennis wordt geborgd.
Haalbaarheid/ kans op succes; de mate waarin het project haalbaar is vanuit organisatorisch oogpunt, hetgeen wordt bepaald door in samenhang de volgende aspecten te beoordelen:
de kwaliteit van de aanbieder van de kennis;
de kwaliteit van het projectplan;
mate waarin uit het projectplan blijkt dat deelnemers uitgedaagd worden om de geleerde kennis daadwerkelijk in de praktijk toe te gaan en blijven passen.
Efficiëntie, hetgeen wordt bepaald door een goede onderbouwing van de voorziene kosten en uren en het benutten van bestaande kennis en kunde. De efficiëntie wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten:
redelijkheid van kosten: de verhouding tussen de begroting (uren en tarieven) en de geplande resultaten;
efficiënt gebruik van bestaande bronnen: kennis, kunde en middelen.
**2..** De beoordeling van de selectiecriteria voor de mate van effectiviteit, haalbaarheid en efficiëntie wordt als volgt bepaald:
0 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten zeer gering;
1 punt: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten gering;
2 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten matig;
3 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten voldoende;
4 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten goed;
5 punten: de effectiviteit/ haalbaarheid/ efficiëntie is gelet op genoemde aspecten zeer goed.
Artikel 6