Een aanvraag om tegemoetkoming in planschade wordt bij het college ingediend met gebruikmaking van het aanvraagformulier.
Het college tekent de datum van ontvangst van de aanvraag als bedoeld in het eerste lid onverwijld aan op het formulier waarbij de aanvraag is ingediend. De ontvangst wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk bevestigd aan de aanvrager.
In de mededeling van ontvangst wijst het college de aanvrager erop dat voor het in behandeling nemen van de aanvraag een drempelbedrag, zoals opgenomen in artikel 3, verschuldigd is en deelt hem mede dat het verschuldigde bedrag binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling op de rekening van de gemeente moet zijn gestort.
Artikel 3. Het te heffen recht
De hoogte van het door de aanvrager verschuldigde recht als bedoeld in artikel 6.4 van de wet bedraagt € 500,00.
Artikel 4. Besluit tot niet-ontvankelijk verklaren van de aanvraag
Indien het drempelbedrag, zoals opgenomen in artikel 3, niet binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling is bijgeschreven of gestort op de rekening van de gemeente verklaart het college de aanvraag niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de aanvrager in verzuim is geweest.
Artikel 5. Opdrachtverstrekking
Binnen twaalf weken na het verstrijken van de termijnen als bedoeld in artikel 6.1.3.1 van het besluit verstrekt het college aan één of meerdere adviseurs gezamenlijk, opdracht om ter zake van een aanvraag advies uit te brengen, tenzij toepassing wordt gegeven aan artikel 6.1.3.1 van het besluit of aan artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht