In deze verordening wordt verstaan onder:
a. college: college van burgemeester en wethouders
b. Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers: het Koninklijk Besluit van 15 oktober 2018, Stb. 386;
c. Rechtspositieregeling decentrale politieke ambtsdragers: het Koninklijk Besluit van 23 november 2018, Stcrt. 66006 en het Koninklijk Besluit van 14 februari 2019, Stcrt. 7580;
d. Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56;
e. Reisregeling buitenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 12 september 1994, nr. AD94/U1011, Stcrt. 181;
f. burgemeester: voorzitter van het college van burgemeester en wethouders.
g. wethouder: lid van het college van burgemeester en wethouders.
h. gemeentesecretaris: de secretaris, bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet.