Naar hoofdinhoud

Artikel 3.

Andere geschikte wijze

Onderdeel van Beleidsregels aanpak woonoverlast gemeente Laren

In artikel 151d, tweede lid, van de Gemw is bepaald dat de burgemeester de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het in het eerste lid bedoelde voorschrift slechts uitoefent indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Uitgangspunt is dat (eerst) andere passende en minder ingrijpende middelen worden ingezet2De aanpak van woonoverlast is een ketenaanpak. Dat houdt in dat verschillende partners in netwerkverband betrokken zijn bij de aanpak van woonoverlast. Elke ketenpartner heeft in het netwerk een eigen rol en bevoegdheden. Een multidisciplinaire aanpak is nodig bij casuïstiek die niet door één ketenpartner kan worden aangepakt, omdat de partner niet beschikt over voldoende bevoegdheden en expertise om de betreffende overlast gericht aan te pakken.. Pas wanneer deze middelen niet leiden tot beëindiging of vermindering van de ernstige en herhaaldelijke hinder, dan kan de burgemeester overgaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. Het opleggen van de last is een ‘’ultimum remedium’’. Beleid De burgemeester beoordeelt per geval of de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan en of voldoende passende en minder ingrijpende middelen zijn ingezet die niet of onvoldoende hebben geleid tot beëindiging of vermindering van de overlast. De burgemeester gaat hierbij in ieder geval na of: a.. er andere wettelijke bevoegdheden of instrumenten ingezet kunnen worden die passend zijn; b.. bemiddeling of mediation een oplossing biedt of kan bieden; c.. er aanleiding bestaat om zorg of hulp in te zetten, bijvoorbeeld omdat er sprake is van schulden, psychische problemen, verslaving, strafbare feiten of andere problematiek.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel