1. Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 20 van de IOAW/IOAZ, wordt een maatregel opgelegd die wordt afgestemd op de hoogte van het benadelingsbedrag.
2. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel op de volgende wijze vastgesteld:
a. bij een benadelingsbedrag tot € 1.000,00: 10% van de uitkeringsnorm gedurende een maand;
b. bij een benadelingsbedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00: 20% van de uitkeringsnorm gedurende een maand;
c. bij een benadelingsbedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00: 50% van de uitkeringsnorm gedurende een maand;
d. bij een benadelingsbedrag van € 4.000,00 of meer: 100% van de uitkeringsnorm gedurende een maand.
3. Als er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid door het niet opeisen van periodieke rechten wordt een maatregel opgelegd van 10% van de uitkeringsnorm per maand zolang het tekortschietend besef voortduurt.
HOOFDSTUK 4
Artikel 14
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ gemeente Sluis 2010