Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.2

Vergunningplicht

Onderdeel van Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2019, gemeente Utrecht

1 . Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders een woonruimte, aangewezen in artikel 3.1.1: a. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar aan de bestemming tot bewoning te onttrekken of onttrokken te houden; b. anders dan ten behoeve van de bewoning of het gebruik als kantoor of praktijkruimte door de eigenaar met andere woonruimte samen te voegen of samengevoegd te houden; c. van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten of omgezet te houden ten behoeve van de huisvesting van meer dan twee personen; d. te verbouwen tot twee of meer woonruimten of in die verbouwde staat te houden. 2. . Een vergunning die is verleend voor het omzetten, samenvoegen, onttrekken of woningvormen, wordt geacht ook te zijn verleend voor het omgezet, samengevoegd, onttrokken of gevormd houden van die woonruimte. 3. . Van het verbod uit het eerste lid onder a. zijn vrijgesteld: onttrekkingen van woonruimten door toegelaten instellingen, indien die woonruimten zijn benoemd in bijlage 2 van de geldende prestatieafspraken. 4. . Van het verbod uit het eerste lid onder a, b, c en d. zijn vrijgesteld: a. situaties die voor 1 mei 1975 zijn ontstaan en sindsdien onafgebroken zijn voortgezet; of: b. situaties waarvan naar het oordeel van burgemeester en wethouders afdoende is aangetoond: 1) dat zij sinds hun ontstaan onafgebroken zijn voortgezet of dat zij onder de toen geldende verordening legaal waren of daarna door wijziging van de prijsgrens in de verordening legaal zijn geworden; 2) en sindsdien niet wezenlijk zijn geïntensiveerd

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel