Bij stemming over personen voor voordrachten of het opstellen van voordrachten of aanbeveling, benoemt de voorzitter drie raadsleden tot stembureau.
Aanwezig raadsleden zijn verplicht een door het stembureau verstrekt briefje in te leveren, tenzij zij overeenkomstig artikel 28 van de Gemeentewet niet aan de stemming deel behoren te nemen.
Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd.
In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 3.
Artikel 20.
Stemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde van de raad 2017