De raad benoemt de leden en de voorzitter van de rekenkamer op aanbeveling van het presidium.
Het presidium doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende:
de mededeling dat hij een benoeming als lid zal aanvaarden, en
een overzicht van de openbare betrekkingen die hij bekleedt.
Bij ontstentenis van de voorzitter treedt het langstzittende lid op als voorzitter dan wel, als de overige leden een gelijke periode zitting hebben gehad, het oudste lid in jaren.
Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden van de rekenkamer pleegt het presidium overleg met de rekenkamer.
Artikel 3.