**1..** Indien een belanghebbende tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de Participatiewet dan wordt de verlaging afgestemd op het benadelingsbedrag.
**2..** De verlaging wordt vastgesteld op:
10% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag tot € 1000,00;
20% van de bijstandsnorm gedurende één maand] bij een benadelingsbedrag van € 1000,00 tot € 2000,00;
40% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 2000,00 tot € 4000,00;
100% van de bijstandsnorm gedurende één maand bij een benadelingsbedrag van € 4000,00 of hoger.
**3..** Onverminderd lid 2 wordt in geval geen gebruik is gemaakt van een voorliggende voorziening een verlaging op de volgende wijze vastgesteld:
Wanneer het betreft algemene bijstand: 100% van de berekeningsgrondslag gedurende een maand.
Wanneer het betreft bijzondere bijstand: 100% van het voor bijzondere bijstand in aanmerking komende bedrag ongeacht de periode waarover aanspraak gemaakt kan worden op bijzondere bijstand.
**4..** Onverminderd lid 2 wordt, indien en voor zover het recht op bijstand een gevolg is van het niet kunnen beschikken over middelen waarover men, indien er geen sprake zou zijn geweest van tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, had kunnen beschikken of redelijkerwijs had kunnen beschikken, een verlaging opgelegd ter hoogte van het recht op bijstand (ongeacht de periode waarover aanspraak gemaakt kan worden op de bijstand), dan wel wordt het recht op bijstand verleend gedurende een bepaalde periode verleend in de vorm van een lening.
Hoofdstuk
Artikel 13.
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ gemeente Westerkwartier 2019