Naar hoofdinhoud
1.. In de situatie als bedoeld in artikel 1.2, lid 1, onder b, mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal zes maanden. Deze termijn kan eenmalig met maximaal zes maanden worden verlengd. 2.. In de situatie als bedoeld in artikel 1.2, lid 1, onder d, en e mag een briefadres worden gekozen voor de duur van maximaal de periode dat aangever buiten Nederland zal verblijven. 3.. Als de aangever, vóór het aflopen van de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid, geen aangifte heeft gedaan van een woonadres, kan door de aangever een verzoek worden ingediend om het briefadres eenmalig voor de duur van maximaal 6 maanden te verlengen. 4.. Indien de termijn als bedoeld in het eerste en tweede lid is verstreken en door de aangever niet een verzoek als bedoeld in het derde lid is gedaan, wordt deze met toepassing van artikel 2.45, eerste lid, van de Wet BRP opgeroepen om inlichtingen te verschaffen; 5.. In de situaties bedoeld in artikel 1.2, lid 2, 3, 4 en 5 is er geen maximale duur voor het gebruik van een briefadres. 6.. In de situatie als bedoeld in artikel 1.2, lid 4 mag een briefadres worden verleend voor de duur die de burgemeester noodzakelijk acht. 7.. De aanvraag voor verlenging van het briefadres wordt beoordeeld met inachtneming van de artikelen 1.2 en 1.6. 8.. Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste tot en met het derde lid, is diegene op wie het briefadres betrekking heeft en een ander adres krijgt, gehouden om in de periode tussen vier weken vóór de beoogde verhuisdatum tot en met de vijfde dag na verhuisdatum hiervan aangifte te doen bij de gemeente waar hij zijn nieuwe adres heeft.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel