Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

Commerciële relatie en commerciële prijs

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet Waalre (2018)

Commerciële relatie: voor de toepassing van deze beleidsregel wordt aangesloten bij de definitie van de CRvB, namelijk: De belanghebbende moet de zakelijke overeenkomst aantonen, waarbij de wederzijdse rechten en plichten geregeld en nauwkeurig afgebakend zijn. De belanghebbende moet desgevraagd op een voor het college eenvoudig te controleren manier aantonen dat hij regelmatig aan de betreffende derde op zakelijke basis een vergoeding betaalt voor de inwoning. Dit moet door middel van bank- of giroafschriften kunnen worden aangetoond. Het college mag een schriftelijk contract verlangen als bewijs van de commerciële relatie. Uit het contract moeten de periodieke prijsverhogingen blijken. Tevens dient de verhuurder/ onderhuurder of kostgever een commerciële huurprijs of commerciële prijs kostgangerschap te ontvangen. De commerciële huurprijs wordt als volgt bepaald: Voor zelfstandige woonruimte: het bedrag van de basishuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag. Dat is het bedrag dat voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag bij een inkomen op bijstandsniveau voor eigen rekening blijft. Voor onzelfstandige woonruimte: 90% van de basishuur als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag. Indien het om een overeengekomen huurbedrag gaat, waarin water- en energielasten zijn inbegrepen, wordt hier als volgt mee omgegaan: Als het bedrag is gespecificeerd wordt het bedrag aan kale huur getoetst aan de commerciële prijs van lid 2 van dit artikel. Als het bedrag niet is gespecificeerd wordt 60% van het totale huurbedrag aangemerkt als kale huur. Dit bedrag wordt getoetst aan de commerciële prijs van lid 2 van dit artikel. Commerciële prijs bij kostgangers: bij de basishuur als bedoeld in het tweede lid wordt een bedrag opgeteld voor voeding van € 182,50 per maand. Indien een woning wordt gehuurd van een woningbouwcorporatie, en de bewoners hun woning huren op basis van een individueel huurcontract, zal worden aangenomen dat de bewoners een commerciële huurprijs betalen. De bewoners zullen dan beschouwd worden als personen als bedoeld in artikel 19a lid 1 onder c van de Participatiewet. Indien vijf of meer kamers worden verhuurd in één pand, zal worden aangenomen dat de bewoners een commerciële huurprijs betalen. De bewoners zullen dan beschouwd worden als personen als bedoeld in artikel 19a lid 1 onder c van de Participatiewet. Indien het vijfde of zesde lid van toepassing is, kan de uitkering worden verlaagd op grond van artikel 18 van de Participatiewet, indien de huurprijs minder bedraagt dan de grenzen van de commerciële huurprijs, zoals bedoeld in het tweede lid. De verlaging bedraagt in principe 10 procent van de gehuwdennorm (artikel 21 onderdeel b Participatiewet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel