**1..** Elke voorziening waarvoor subsidie peuteropvang wordt aangevraagd is opgenomen in het Landelijk Register Kinderopvang in de zin van Wet kinderopvang.
**2..** De aanvrager van een subsidie voor peuterplaatsen peuteropvang:
beschrijft in het pedagogisch beleidsplan, bedoeld in artikel 3 van het Besluit kwaliteit kinderopvang, op zo concreet en toetsbaar mogelijke wijze:
de voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten,
de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling,
de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd,
de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen,
het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie, en
de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.
de houder geeft uitvoering aan het pedagogisch beleidsplan wat de onderwerpen van het eerste lid betreft, evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij.
voor de peuteropvang wordt een programma gebruikt waarin op gestructureerde en samenhangende wijze de ontwikkeling wordt gestimuleerd op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling.
**3..** De aanvrager van een subsidie peuterplaatsen voorschoolse educatie voldoet aan de kwaliteitseisen van het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie vastgesteld op 7 juli 2010, en zoals nadien gewijzigd.
**4..** De instelling die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang ontvangt stelt voorafgaande aan de plaatsing van de peuter vast of de ouders geen recht op kinderopvangtoeslag hebben en daarmee recht op een peuterplaats peuteropvang.
**5..** Voor het vaststellen van het recht op kinderopvangtoeslag en het gebruik van een gesubsidieerde peuterplaats peuteropvang zijn ouders verplicht de door burgemeester en wethouders vastgestelde model-verklaring in te vullen en de daarbij benodigde bewijstukken aan te leveren.
**6..** De instelling die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie in de peuteropvang ontvangt factureert en int de ouderbijdrage zoals vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en is verantwoordelijk voor het daadwerkelijk ontvangen van deze bijdrage.
**7..** De instelling die een subsidie peuterplaatsen peuteropvang of voorschoolse educatie in de peuteropvang ontvangt sluit met de ouders een overeenkomst voor de peuterplaats waarin rechten en plichten zijn vastgelegd.
** 8. .** Peuters van 2,5 jaar en ouder die gebruik maken van een peuterplaats VE zijn verplicht het totale aanbod van 640 uur op jaarbasis te volgen, bij geen volledige deelname is er geen recht op een lagere ouderbijdrage voor een VE plaats.
** 9. .** De instelling is verplicht de ouders te stimuleren daadwerkelijk gebruik te maken van de gesubsidieerde plaats peuteropvang en een peuterplaatse VE en bij structureel geen gebruik maken van de plaats de plaatsing te beëindigen. Dit laat onverlet dat de ouders verplicht zijn de eigen bijdrage over de periode dat zij een overeenkomst met de instellingen hebben te betalen. Deze gefactureerde of te factureren ouderbijdrage wordt ten allen tijd in mindering gebracht op de vast te stellen subsidie voor de peuterplaats.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Bijzondere bepalingen en verplichtingen
Onderdeel van SUBSIDIEREGELING PEUTEROPVANG EN VOORSCHOOLSE EDUCATIE GEMEENTE HARDENBERG 2019