Een belanghebbende is uitgesloten van het recht op
langdurigheidstoeslag, indien:
deze op enig moment gedurende de periode zoals bedoeld
in artikel 1, eerste lid, onder c van deze verordening
niet als rechthebbende in de zin van artikel 11 van de
wet kan worden aangemerkt, of;
deze op enig moment gedurende de periode zoals bedoeld
in artikel 1, eerste lid, onder c van deze verordening
één van de uitsluitinggronden, zoals bedoeld in artikel
13, eerste lid, aanhef onder a tot en met e van de wet,
van toepassing is;
deze tijdens ofna afloop van de in artikel 1,
aanhef en onder c genoemde periode uit ’s Rijks kas
bekostigd onderwijs volgt
Kortdurende detentie en een kortdurende overschrijding van de
gebruikelijke vakantieduur in de zin van artikel 13, eerste lid,
onder a, respectievelijk artikel 13, eerste lid, onder d van de
wet zijn geen reden om een belanghebbende uit te sluiten van het
recht op langdurigheidstoeslag.
Onder kortdurend in de zin van het tweede lid wordt verstaan:
een termijn van maximaal dertig dagen per jaar.