Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Hoofdstuk 2:

Artikel 2.2.

Kenbaarheid partijen verzoek om handhaving

Onderdeel van Beleidsregel handhaven op verzoek Peel en Maas

Bij een verzoek om handhaving zijn altijd 3 partijen betrokken. De verzoeker om handhaving (hierna: de verzoeker). Diegene tegen wie het handhavingsverzoek is gericht (hierna: de - vermeende - overtreder). Het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester als bevoegd gezag (hierna: de gemeente). Om er voor te zorgen dat de procedure voor elke partij op een gelijkwaardige manier verloopt, informeren wij alle andere partijen over en weer over de lopende zaak. Zo ontstaat een transparant “speelveld” met gelijke kansen voor alle betrokken partijen. Het betekent ook per definitie dat een overtreder direct bekend wordt met de inhoud van het verzoek om handhaving en de identiteit van de aanvrager. Die overtreder moet zich bijvoorbeeld kunnen verdedigen tegen de inhoud en strekking van het verzoek om handhaving. Daarnaast kan een verzoek een zeer grote impact op het dagelijks leven van een overtreder hebben, zeker als blijkt dat het verzoek onterecht wordt ingediend. Het is dan wel zo netjes dat men weet uit welke hoek het verzoek komt. Dit betekent bovendien dat wij anonieme verzoeken om handhaving nooit in behandeling nemen.

Rechtspraak bij dit artikel