Indien sprake is van overtreding van een wettelijk voorschrift, bestaat voor het bevoegd gezag volgens vaste jurisprudentie een beginselplicht tot handhaving. Alleen in bijzondere gevallen kan het bevoegd gezag afzien van handhavend optreden tegen een illegale situatie.
Van een bijzonder geval is sprake indien concreet zicht op legalisatie van de overtreding bestaat.
Bij milieuzaken is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavings-besluit een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend, die strekt tot legalisatie van de niet vergunde activiteiten of situatie. Daarnaast moet aannemelijk zijn dat de vergunning wordt verleend.
Bij bouwzaken is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavings-besluit kan worden beoordeeld dat het bouwwerk in overeenstemming met het bestemmingsplan kan worden gerealiseerd en hiervoor een vergunning kan worden verleend.
Bij een kleine afwijking (binnenplans of kruimelgevallenregeling) van het bestemmingsplan is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavingsbesluit kan worden beoordeeld dat de illegale situatie vergund kan worden en dat overtreder bereid is om een aanvraag hiervoor in te dienen.
Bij een wijziging van het bestemmingsplan is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavingsbesluit een ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage is gelegd.
Bij onlosmakelijk verbonden activiteiten zoals milieu in combinatie met bouwen of bouwen in combinatie met bestemmingsplan is er sprake van concreet zicht op legalisatie als er ten tijde van het handhavingsbesluit een ontvankelijke vergunningaanvraag is ingediend, die strekt tot legalisatie van de niet vergunde activiteiten of situatie.
Hoofdstuk › Hoofdstuk 2:
Artikel 2.4
Beginselplicht tot handhaving
Onderdeel van Beleidsregel handhaven op verzoek Peel en Maas