Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Hoofdstuk 2:

Artikel 2.7

Beslissing op het handhavingsverzoek

Onderdeel van Beleidsregel handhaven op verzoek Peel en Maas

Wij nemen altijd een besluit op het verzoek om handhaving, tenzij de verzoeker het verzoek alsnog in wil trekken. De momenten van besluitvorming zien er als volgt uit: Inventariserende controle => geen overtreding => besluit handhavingsverzoek ongegrond. Inventariserende controle => concreet zicht op legalisatie => besluit handhavingsverzoek ongegrond. Hercontrole => geen overtreding => besluit handhavingsverzoek ongegrond. Hercontrole => concreet zicht op legalisatie => besluit handhavingsverzoek ongegrond. Hercontrole => overtreding => handhavingsverzoek gegrond => vervolg bestuursrechtelijk handhavingstraject met een voornemen last onder dwangsom of bestuursdwang. Wij sturen zowel de verzoeker, als de overtreder/belanghebbende altijd een beslissing op het handhavingsverzoek. Ook bij een eventuele vervolgprocedure bestuursrechtelijke handhaving ontvangen zowel verzoeker als overtreder/belanghebbende een voornemen van ons besluit om een last onder dwangsom of bestuursdwang op te leggen. Op dit voornemen kunnen alle betrokken partijen binnen een redelijke termijn na verzending schriftelijk (of mondeling) hun kant van het verhaal aan ons kenbaar maken. Dit noemt men het indienen van een zienswijze. Doorgaans wordt hier een termijn van 2 weken voor gehanteerd. Afhankelijk van de urgentie voor het beëindigen van de overtreding kan hier van afgeweken worden. Doel van het voornemen met zienswijzemogelijkheid is een zorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming. Alle ingediende zienswijzen nemen wij mee in de definitieve besluitvorming. Na afloop van de zienswijzetermijn nemen wij een definitief besluit, waarbij we alle nieuwe feiten sinds de verzending van het voornemen (zoals een ingebrachte zienswijze of een eventuele nieuwe hercontrole) meewegen.

Rechtspraak bij dit artikel