** 1. .** Een functionaris genoemd in artikel 1 kan zijn bevoegdheid ondermandateren of daarvan ondervolmacht verlenen aan een onder zijn ressorterende medewerker of aan andere directeuren of stadsdeelsecretarissen van andere organisatieonderdelen.
** 2. .** Het eerste lid geldt niet ten aanzien van bevoegdheden waarvan de aard van de bevoegdheid zich tegen ondermandatering verzet en ten aanzien van de volgende personeelsaangelegenheden:
het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van hoofdstuk 2 Cao Gemeenten (arbeidsovereenkomst) in combinatie met Titel 7.10 BW (arbeidsovereenkomst);
het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van titel 7.15, afdeling 9, van het Burgerlijk Wetboek (einde van de arbeidsovereenkomst) voor zover die bevoegdheid niet aan de gemeentesecretaris of het college voorbehouden blijft;
het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen in de zin van artikel 7:670b van het Burgerlijk Wetboek en titel 7.15 van het Burgerlijk Wetboek (vaststellingsovereenkomst), voor zover die bevoegdheid niet aan de gemeentesecretaris of het college voorbehouden blijft;
het besluit tot het verrichten van rechtshandelingen op grond van artikel 11.4 Cao Gemeenten (schorsing als ordemaatregel);
het besluiten tot het verrichten van rechtshandelingen verband houdende met a. tot en met d.
** 3. .** Dit besluit is van overeenkomstige toepassing op ondermandaatbesluiten op grond van dit mandaatbesluit.