Naar hoofdinhoud
1.. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder a Gemeentewet en artikel 30, zevende lid, van de Wet waardering onroerende zaken hoofdstuk I, V, VI, VII en VIII de door de centrumgemeente aangewezen heffingsambtenaar aan als heffingsambtenaar van zijn gemeente. 2.. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder b Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen invorderingsambtenaar aan als invorderingsambtenaar van zijn gemeente. 3.. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder c Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen belastingambtenaar aan als belastingambtenaar van zijn gemeente. 4.. Het college van de gastgemeente wijst, met inachtneming van artikel 232, tweede lid onder d Gemeentewet de door de centrumgemeente aangewezen belastingdeurwaarder aan als belastingdeurwaarder van zijn gemeente. 5.. Het college van de gastgemeente wijst ook de overige door de centrumgemeente aangewezen ambtenaren aan als ambtenaren van zijn gemeente. 6.. Bij de uitoefening van de bevoegdheden van de ambtenaren als bedoeld in lid 1 tot en met 4 van dit artikel neemt de betreffende ambtenaar de nadere regels van het college van de gastgemeente in acht en houdt hij rekening met de beleidsregels die dat gastcollege heeft geformuleerd ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel