Voorkomen is beter dan genezen! Niet alleen goed kunnen omgaan met geld maar ook het beschikken over een voldoende basisinkomen zorgen voor het vermijden van een problematische schuldsituatie. De gemeente vervult een belangrijke functie als het gaat om voorlichting. Inwoners met een laag inkomen worden op allerlei manieren gewezen op inkomensondersteunende voorzieningen en participatieregelingen. De gemeente heeft zich ten doel gesteld om het niet- gebruik van deze voorzieningen terug te dringen.
In dit kader worden diverse preventieve activiteiten uitgevoerd zoals budgetadviesgesprekken met personen die dreigen in een problematische schuldsituatie te geraken, een budgetcursus om mensen handvatten te geven om hun financiën op orde te brengen dan wel te houden en voorlichting aan kinderen en ouders op basisscholen.
De gemeente heeft afspraken gemaakt met Woonpartners en landelijk zijn afspraken gemaakt met de energiemaatschappijen zodat bij de eerste aanmaning middels een folder wordt gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening. Deze folder wordt ook verspreid onder potentiele verwijzers (zie 2.2.4).
Op het internet is er voor burgers veel informatie over het omgaan met geld en de aanpak van schulden te vinden. De bekendste websites zijn:
www.nibud.nl
www.zelfjeschuldenregelen.nl
www.hetisjouwgeld.nl
www.nvvk.eu
www.uitdeschulden.nu
Ook op de gemeentelijke website is informatie te vinden en wordt aangegeven wat de gemeente in deze kan betekenen. Op die manier kan de burger zelf tijdig maatregelen nemen.
Stabilisatie is het in balans brengen van inkomsten en uitgaven, zodanig dat hieruit de vaste lasten betaald kunnen worden. Vaste lasten zijn woonlasten, energie, water en kosten voor de zorgpremie. Stabilisatie is een noodzakelijke voorwaarde voor het uiteindelijk opzetten van een schuldregeling. Tijdens het stabilisatietraject mag de schuldenaar geen nieuwe schulden maken. De duur van dit traject varieert van een maand tot enkele maanden. De schuldhulpverlener verricht hierbij onder meer de volgende activiteiten:
beoordelen of eventuele beslagen correct zijn toegepast en indien nodig adequaat optreden;
beoordelen of aanspraak gemaakt kan worden op inkomensondersteunende voorzieningen;
contacten leggen met schuldeisers in verband met betalingsachterstanden vaste lasten om afsluiting of ontruiming te voorkomen;
inzetten budgetbeheer, beschermingsbewind en/of budgetbegeleiding;
doorverwijzing naar derden.
Mocht het traject slagen dan kan de klant instromen in het opzetten van een schuldregeling (minnelijk traject) tenzij uiteraard het stabilisatietraject voldoende is gebleken.
Een schuldenvrije toekomst is de ultieme eindsituatie bij het regelen of oplossen van schulden. Conform het stroomschema van de NVVK wordt eerst beoordeeld of de schulden volledig afbetaald kunnen worden. Mocht volledige aflossing niet realiseerbaar zijn dan tracht de schuldhulpverlener een schuldsanering of schuldbemiddeling te treffen met schuldeisers. In beginsel is dit een regeling van drie jaar waarbij aan schuldeisers een betalingsvoorstel wordt gedaan en gevraagd wordt een deel van hun vordering kwijt te schelden. Tijdens deze periode reserveert de schuldenaar een bepaald bedrag ter hoogte van zijn afloscapaciteit dat periodiek wordt verdeeld onder de schuldeisers. Slaagt de schuldregeling dan heeft de schuldenaar na drie jaar een schone lei. Het opzetten van een schuldregeling kan 4 tot 6 maanden duren6Voor het opzetten van een schuldregeling wordt aangesloten bij het proces van de NVVK dat een maximale duur kent van 120 werkdagen (ook wel bekend als het 120-dagen model)..
Wanneer een minnelijk traject mislukt omdat schuldeisers geen medewerking verlenen, kan de schuldenaar bij de rechtbank een verzoek indienen om toegelaten te worden tot de Wsnp. Het verzoek tot toelating wordt in principe alleen toegewezen als de verzoeker in de vijf jaar voorafgaand het verzoek te goeder trouw is geweest. Is er sprake geweest van bijvoorbeeld fraude dan wordt het verzoek afgewezen. De rechter toetst ook aan andere criteria zoals de motivatie van de schuldenaar en of het verzoek is gedaan binnen tien jaar na een vorig Wsnp- traject. Bij toelating tot de Wsnp wordt een bewindvoerder benoemd. De bewindvoerder controleert of de schuldenaar zich houdt aan zijn verplichtingen. Tevens beheert de bewindvoerder een boedelrekening. Wanneer een persoon tot de Wsnp wordt toegelaten, wordt dit geregistreerd in het Landelijk Register Schuldsaneringen (LRS).
Dit register is te raadplegen op www.wsnp.rvr.org. De rechter bepaalt de duur van het traject. De normale duur is drie jaar, het maximum is vijf jaar.
Nazorg is van belang om te voorkomen dat klanten terugvallen in een problematische financiële situatie. Daarom worden klanten binnen zes maanden na (succesvolle) afloop van de schuldregeling uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens het gesprek wordt bekeken of inkomsten en uitgaven nog in balans zijn en of er risicofactoren aanwezig zijn. Eventueel wordt een plan van aanpak opgesteld. Daarna wordt het dossier gesloten.
Artikel 3.2
Aspecten van schuldhulpverlening
Onderdeel van Beleidsplan schuldhulpverlening 2012-2015 Gemeente Waddinxveen