1.De eigen bijdrage, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de wet, wordt achteraf geïnd,
bij afsluiting van de inburgeringsvoorziening of een taalkennisvoorziening.
2.De eigen bijdrage wordt in ten hoogste zes termijnen betaald. De termijnen worden
vastgelegd in een beschikking of de inburgeringsovereenkomst.
3.Indien het bestuur de eigen bijdrage verrekent met de algemene bijstand, wordt dat in
de beschikking of de inburgeringsovereenkomst vastgelegd.