Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de Huisvestingswet kunnen de voorwaarden en voorschriften van “goed verhuurderschap” worden opgenomen. Hieronder wordt verstaan:
Er is sprake van legale huisvesting: alle benodigde vergunning zijn verleend en de vereiste meldingen zijn gedaan.
Er is sprake van huisvesting die niet ten koste gaan van de leefbaarheid in de omgeving van de betreffende woonruimte:
De woonruimte verkeert in een goede staat van onderhoud en wordt in goede staat van onderhoud gehouden;
In het kader van veiligheid en voorkoming van overlast zijn huis- en leefregels opgesteld;
In de woonruimte zijn alarmnummers op een duidelijke zichtbare plaats aangegeven.
Er is sprake van geregeld beheer, waarbij iemand, niet zijnde een huurder van de woonruimte, is aangesteld, die:
toeziet op de hygiëne en de veiligheid;
aanspreekpunt is voor bewoner, omwonenden en overheden bij klachten;
24 uur per dag bereikbaar is;
een actueel overzicht bijhoudt van de bewoners van het pand.
De verhuurder werkt bij overlast mee aan de aanpak die de gemeente hanteert in het geval van woonoverlast en aan buurtbemiddeling.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 18