Naar hoofdinhoud

DEEL B: › Paragraaf 7.

Artikel 7.3.

Opruimen uit gebruik genomen kabels en/of leidingen

Onderdeel van Handboek kabels en leidingen Ouder-Amstel

1.. De netbeheerder dient ervoor te zorgen dat zijn uit gebruik genomen kabels en/of leidingen zo snel en zo veel als mogelijk worden opgeruimd, tenzij het opruimen (gedeeltelijk) technisch wordt belemmerd en/of als er tussen de gemeente en de netbeheerder andere afspraken gemaakt worden, bijvoorbeeld over het moment waarop opgeruimd wordt en/of als er bomen nabij of op het tracé aanwezig zijn. 2.. Van uit gebruik genomen kabels en/of leidingen is sprake wanneer deze gedurende een aaneengesloten periode van tien jaar geen deel uitmaken van een openbaar netwerk; binnen de periode van tien jaar, zoals bedoeld onder a. van dit lid, vastgesteld wordt dat de kabels en/of leidingen definitief geen deel meer uitmaken of zullen gaan maken van een openbaar netwerk. Dit kan het geval zijn bij bijvoorbeeld vervangingsprojecten. 3.. Uit gebruik genomen kabels en/of leidingen dienen in ieder geval opgeruimd te worden wanneer: er door de gemeente geïnitieerde (reconstructie)werkzaamheden worden uitgevoerd; er werkzaamheden aan kabels en/of leidingen van de netbeheerder zelf en/of van een andere netbeheerder worden uitgevoerd; de gemeente dit verzoekt in het kader van ondergrondse ordening, milieuoverwegingen of anderszins. 4.. Tijdelijke kabels en/of leidingen (bijvoorbeeld bouwaansluitingen) dienen na afloop van de bouwactiviteiten verwijderd te worden. Indien na afloop van de bouwactiviteiten blijkt dat deze kabels en/of leidingen niet verwijderd zijn zal de gemeente deze, conform het bepaalde in de Schaderegeling ingravingen kabels en leidingen, laten verwijderen. 5.. Als een uit gebruik genomen leiding, conform het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, in beginsel niet opgeruimd wordt moet de inhoud van die leiding worden verwijderd. Vervolgens moet de leiding worden opgevuld (bijvoorbeeld met dämmer of een ander vulmiddel) en de kopeinden moeten worden afgedicht. Bij HDPE-buizen ten behoeve van glasvezelkabels kan worden volstaan met het afdichten van de kopeinden. De netbeheerder blijft verantwoordelijk voor de registratie van de uit gebruik genomen leiding.

Rechtspraak bij dit artikel