Standplaatsen zijn kleinschalig. Dat past bij karakter ervan. Zij nemen weinig ruimte in en trekken een beperkt aantal klanten tegelijk. Daar zijn ons beleid en onze regels voor de standplaatsen op afgestemd. En dat past bij onze ruimte en (stroom)voorzieningen. Daarom geven wij geen vergunningen voor meer dan drie standplaatsen tegelijk op dezelfde plek. Hiermee passen wij een weigeringsgrond toe uit onze APV 3 De weigeringsgronden staan in artikel 5:18, lid 2 APV. (zie ook paragraaf 3.5).
Veel standplaatsen tegelijk is een markt
Meer marktkramen tegelijk op één plaats, wordt een markt. Daarvoor gelden aparte regels en tarieven. Daarom geven wij voor die situaties geen standplaatsvergunningen. De regels en tarieven in onze APV en in deze beleidsregel zijn alleen bedoeld voor de ‘losse marktkramen’. Daarom gebruiken wij de standplaatsvergunningen ook alleen daarvoor.
Te veel standplaatsen past niet bij de ruimte en voorzieningen
In de meeste dorpen is fysiek geen plek voor meer dan twee of drie standplaatsen tegelijk. De voorkeurslocatie (zie paragraaf 2.4) is er niet groot genoeg voor. En ook de stoomvoorzieningen, parkeergelegenheid en voetgangersruimte is er niet geschikt voor.
Een maximumstelsel is gangbaar
Veel gemeenten stellen een maximum aan het aantal standplaatsen waar zij vergunning voor geven. Zo’n maximumstelsel is ook in jurisprudentie toegestaan. En in ons oude beleid stelden wij ook een maximaal aantal standplaatsen per dorp/wijk.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3