Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.10.3

Uitraaskamer

Onderdeel van Beoordelingskader hulpmiddelen

Bij enkele vormen van verstandelijke beperkingen, bijvoorbeeld hyperactiviteit en moeilijkheden in het doseren van omgevingsprikkels, kan (op bepaalde tijden) aanleiding zijn tot problemen bij het verblijf van de verstandelijke in de woonruimte. Deze problemen kunnen worden opgevangen door in de woning over een uitraaskamer te beschikken. Onder een uitraaskamer wordt verstaan een kamer (verblijfsruimte), waarin een psychisch gehandicapte die gedragsproblemen heeft, zich kan afzonderen of tot rust kan komen. De criteria voor vergoeding van een uitraaskamer zijn:  betrokkene beschadigt zichzelf ( zelfverwonding);  betrokkene beschadigt de omgeving (vernielzucht);  er is sprake van ongecontroleerde driftbuien of overmatige apathie. De uitraaskamer is bedoeld om de betrokkene, die bovenstaande problemen ondervindt tegen zichzelf te beschermen. Alsmede om de ouders/ verzorgers in staat te stellen beter toezicht uit te oefenen. Daarbij moet het er om gaan dat de uitraaskamer het belang van de betrokkene dient. Gaat het bij de gevolgen van de gedragsproblemen niet om de belangen van de betrokkene, maar om die van anderen, bijvoorbeeld doordat zij bestaan uit hinder voor die anderen, dan is er geen sprake van een uitraaskamer in de zin van de Wmo.

Rechtspraak bij dit artikel