Met de bereikbaarheid van de woning wordt bedoeld het kunnen bereiken van de woning, al dan niet met gebruik van een loophulpmiddel of rolstoel.Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de woning in ieder geval bereikbaar moet zijn via één ingang. Het toegankelijk maken van een tweede ingang is afhankelijk van het doel hiervan, bijv. de noodzaak van het kunnen bereiken van de berging, de tuin of het terras.
Problemen kunnen zich voordoen bij:
de ondergrond van het toegangspad. Deze moet zodanig zijn dat men zich veilig met behulp van de noodzakelijke verplaatsingshulpmiddelen kan verplaatsen.
Wanneer de belemmeringen veroorzaakt worden door achterstallig onderhoud, dan wordt dit uiteraard niet vergoed vanuit de Wmo;
de breedte van het toegangspad. Het pad moet van voldoende breedte zijn om gebruik te kunnen maken van het verplaatsingshulpmiddel;
de hellingshoek van het toegangspad;
Als richtlijn worden hierbij de volgende verhoudingen tussen het hoogteverschil en de lengte van het pad gehanteerd:
max. 1 : 6 bij een niveauverschil van 10 cm
max. 1:12 bij een niveauverschil van 25 cm
max. 1:16 bij een niveauverschil van 50 cm
max. 1:20 bij een niveauverschil van 100 cm
Uiteraard zal per situatie bekeken moeten worden of deze hellinghoek voor de betreffende cliënt ook haalbaar is.
In wooncomplexen met een gemeenschappelijke ingang met trapportaal of lift kan de bereikbaarheid van de woning problemen geven wat betreft:
overbrugging van de gemeenschappelijke trap in het trapportaal;
bediening van de lift;
bediening van tussendeuren of galerijdeuren.
Voor het treffen van voorzieningen om gemeenschappelijke ruimten toegankelijke te maken is de woningbouwcorporatie verantwoordelijk. Hiervoor hebben wij met diverse corporaties een convenant afgesloten. Indien de woning niet van een corporatie is kan het verstrekken van een Wmo voorziening worden overwogen.
Een voorwaarde is dat het voorzieningen zijn die geen belemmering vormen voor andere bewoners en niet gevoelig zijn voor het aanbrengen van schade door derden. Om deze reden worden in portiekflats geen trapliften aangebracht, welke worden verstrekt vanuit de Wmo.
In gebouwen, die bestemd zijn voor de huisvesting van ouderen of gehandicapten wordt er van uitgegaan dat reeds bij de bouw rekening gehouden wordt met aspecten van bereikbaarheid en toegankelijkheid. In deze wooncomplexen worden de hierboven genoemde voorzieningen als algemeen gebruikelijk beschouwd.
Voorbeelden van mogelijke aanpassingen in gemeenschappelijke ruimten zijn:
verbreden van toegangsdeuren;
aanbrengen van elektrische deuropeners;
aanleg van een hellingbaan vanaf de openbare weg naar de toegang van het gebouw;
drempelhulpen en vlonders;
een extra trapleuning;
het creëren van een opstelplaats voor een rolstoel of scootmobiel bij de toegangsdeur van het woongebouw
De kosten voor onderhoud, keuring en reparatie aan individuele Wmo-woonvoorzieningen komen voor rekening van de Gemeente. De kosten voor onderhoud, keuring en reparatie aan collectieve voorzieningen in de algemene ruimtes, zoals deurautomaat komen voor rekening van de Verhuurder