Naar hoofdinhoud

Artikel 6.

Subsidieverplichtingen

Onderdeel van Subsidieregeling gemeentelijke monumenten 2019

1.. Het college verplicht de subsidieontvanger: de voorzieningen te starten binnen 6 maanden na de dag van de toekenning. Is dit niet het geval, dan kan de subsidie lager of op 0 worden vastgesteld, tenzij de aanvrager schriftelijk en met redenen omkleed minimaal 4 weken voor het verstrijken van de 6 maanden uitstel aanvraagt. De termijn kan dan met ten hoogste 6 maanden worden verlengd. aan de door het college met controle belaste personen op de door die personen te bepalen tijdstippen: toegang te verlenen tot het (gebouwde) onroerend goed; inzage te verlenen in de op de voorzieningen betrekking hebbende bescheiden en tekeningen en deze zonodig te verstrekken; de uit de voorzieningen voortvloeiende werkzaamheden mogen niet plaatsvinden in strijd met geldende wet- en regelgeving. 2.. Indien voor de uitvoering van de werkzaamheden een omgevingsvergunning ingevolge de gemeentelijke Erfgoedverordening of de Woningwet is vereist, mag met de uitvoering niet worden begonnen dan nadat de omgevingsvergunning is verleend. Voor de vergunningsvrije ingrepen geldt, dat deze eerst gemeld moeten worden bij de gemeente en dat men pas na toestemming van het college mag beginnen.

Rechtspraak bij dit artikel