Vergunninghouders dienen een uur voor het begintijdstip van de markt hun plaats te hebben ingenomen op het marktterrein. Als vergunninghouders door omstandigheden later arriveren melden ze dit bij de marktmeester. Vergunninghouders dienen bij aanvang van de markt volledig uitgepakt te zijn. Hun vervoermiddel dient bij aanvang van de markt van het marktterrein verwijderd te zijn, tenzij het vervoermiddel achter de marktkraam geplaatst kan worden en deze daar gedurende de gehele marktdag kan blijven staan zonder dat er hinder ontstaat voor de marktbezoekers, andere marktkooplieden en/of hulpdiensten.
De vergunninghouders zijn verplicht hun standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen.
De vergunninghouders mogen vanaf 4 uur voor aanvangstijd van de markt beginnen met opbouwen. Vanaf 17:30 uur moet het marktterrein leeg zijn, zodat het marktterrein kan worden vrijgegeven.
Het voertuig van de vergunninghouder mag vanaf 16.00 uur het marktterrein opgereden worden.
Het college kan van de hiervoor genoemde leden ontheffing verlenen.
Vanaf vier uur voor bovengenoemde aanvangstijden en tot anderhalf uur na bovengenoemde eindtijden is het verboden het marktterrein op enige wijze in gebruik te nemen, tenzij anders aangegeven.
Het is de vergunninghouder verboden voor de verlichting van de standplaats gebruik te maken van andere dan elektrische verlichting.
Het is de vergunninghouder verboden de standplaats als opslagruimte te gebruiken.
De vergunninghouder van de vaste standplaats neemt ten minste 11 van 13 aaneengesloten wekenzijn/haar plaats in. Het college kan van deze verplichting ontheffing verlenen.
Wanneer de vergunninghouder zijn plaats niet inneemt meldt hij/zij dit uiterlijk om 0:30 uur op de dag dat de betreffende markt plaatsvindt aan de marktmeester, uitgezonderd onvoorziene omstandigheden.