De op de lijst ‘vertegenwoordiging in rechte’ aangewezen personen zijn bevoegd het bestuursorgaan te vertegenwoordigen:
a. bij hoorzittingen van een adviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht;
b. bij zittingen van een bij de wet ingesteld orgaan dat is belast met rechtspraak;
c. in civielrechtelijke procedures in het kader van de Jeugdwet.
d. in civielrechtelijke procedures in het kader van boek 7 titel 10 van het Burgerlijk Wetboek.
De directie is bevoegd anderen dan de in lijst genoemde personen incidenteel te machtigen tot vertegenwoordiging van het bestuursorgaan en de in het eerste lid bedoelde lijst te herzien.