Tijdens de behandeling van de aanvraag onderzoekt de gemeente of leerling voldoet aan de criteria gesteld in de verordening en de beleidsregels.
Weigeringsgronden zijn in ieder geval:
tijdelijke beperking (< 3 maanden) zoals een gebroken been;
vervoer voor andere doeleinden dan schoolonderwijs, zoals vervoer naar huiswerkbegeleiding, remedial teaching, ziekenhuis, tandarts e.d.;
afwijkende schooltijden, bijvoorbeeld door lesuitval, schoolreisje, sportdag, examens;
vervoer tussen school en zwembad;
vervoer naar logeerhuis;
vervoer buiten de schooltijden.
Ouders zijn in dergelijke situaties zelf verantwoordelijk voor het vervoer van hun kind.
Een leerling met een tijdelijke handicap (gebroken been bv.) komt, conform artikel 4.1, niet in aanmerking voor leerlingenvervoer. Als een leerling een groot gedeelte van het schooljaar afhankelijk is van rolstoel en/of krukken vanwege herstel en/of revalidatie, na operatie of ongeval, kan de gemeente een beschikking afgeven voor de duur van het herstel en/of revalidatie. De tijdelijke handicap moet dan langer duren dan drie maanden en de extra vervoerskosten kunnen niet bij de zorgverzekeraar worden gedeclareerd.
Hoofdstuk 2:
Artikel 8.