Te bepalen dat dit besluit wordt aangehaald als: “Aanwijzings- en mandaatbesluit Havenbeveiligingswet”.
Borsele, 16 april 2019
de Burgemeester,
G.M. Dijksterhuis
Terneuzen, 11 juni 2019
de Burgemeester,
J.A.H. Lonink
Vlissingen, 6 juni 2019
de Burgemeester,
A.R.B. van den Tillaar
Hierbij verklaart ondergetekende, de Havenmeester van North Sea Port Netherlands N.V., in te stemmen met het aan hem verleende (onder)mandaat,
Terneuzen, 12 juni 2019
J. Hollander
TOELICHTING
Het aanwijzings- en mandaatbesluit legt de uitvoering van de taken en bevoegdheden die de burgemeester op grond van de Havenbeveiligingswet heeft in zijn hoedanigheid als bevoegde autoriteit voor de maritieme beveiliging, bevoegde autoriteit voor de havenbeveiliging en autoriteit voor havenveiligheid neer bij de gezamenlijk door de gemeente Terneuzen, Borsele en Vlissingen aangewezen Havenmeester van North Sea Port Netherlands N.V.
De Havenbeveiligingswet voorziet in veiligheidsmaatregelen ter verhoging van de havenveiligheid ten aanzien van de dreiging van veiligheidsincidenten. Deze veiligheidsmaatregelen vloeien voort uit Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEG L 129) en RICHTLIJN 2005/65/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 26 oktober 2005 betreffende het verhogen van de veiligheid van havens.
De burgemeester heeft ter uitvoering van de veiligheidsmaatregelen op grond van de Havenbeveiligingswet de navolgende taken en bevoegdheden:
- op grond van artikel 2, lid 1sub a j.o. artikel 2, lid 2 van de Havenbeveiligingswet is de burgemeester aangewezen als bevoegde autoriteit voor de maritieme beveiliging voor de taken als bedoeld in de artikelen 4 tot en met 10 en 17, tweede lid van de Havenbeveiligingswet. In dit kader dient hij, voor zover deze hem zijn opgedragen, zorg te dragen voor de uitvoering van de taken, onderscheidenlijk de nakoming van de verplichtingen die ingevolge de Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten (PbEG L 129) op Nederland rusten.
- op grond van artikel 4, lid 1 van de Havenbeveiligingswet is de burgemeester bevoegd gezag is voor de uitvoering, respectievelijk de toepassing van diverse bepalingen ten aanzien van de in zijn gemeente gelegen havenfaciliteiten uit de Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004.
- op grond van artikel 4, lid 2 vervult hij deze functie als bevoegde autoriteit voor de havenbeveiliging voor een havenfaciliteit, gelegen op het grondgebied van meer dan één gemeente, die voor het grootste deel is gelegen op het grondgebied van zijn gemeente;
op grond van artikel 4b van de Havenbeveiligingswet is de burgemeester de autoriteit voor havenveiligheid als bedoeld in artikel 5 van de Richtlijn 2005/65/EG;
De wetgever heeft hiermee gebruik heeft gemaakt van het derde lid van artikel 5 van de Richtlijn en heeft een bevoegde autoriteit voor maritieme beveiliging krachtens de Verordening heeft aangesteld als autoriteit voor havenveiligheid;
- de burgemeester wijst in zijn hoedanigheid van autoriteit voor havenveiligheid een havenveiligheidsfunctionaris aan (PSO) en heeft hiernaast nog taken heeft op grond van de artikelen 11 a en b van de Havenbeveiligingswet;
- de Minister van Infrastructuur en Milieu heeft op 22 maart 2013 het Mandaatbesluit “burgemeesters havengemeenten uitvoering verordening (EG) nr. 725/2004 inzake havenbeveiliging” genomen. Hiermee mandateert de Minister zijn bevoegdheden als de bevoegde autoriteit voor de maritieme beveiliging als bedoeld in artikel 2, lid 1 onder c. van de Havenbeveiligingswet aan de burgemeester waardoor de taak van de Minister uit artikel 18 van de Regeling havenstaatcontrole 2011 eveneens bij de burgemeester is komen te liggen. Hetgeen betekent dat de indien een ambtenaar van de Inspectie Leefomgeving en transport gegronde reden heeft om aam te nemen dat een schip niet voldoet aan de Verordening (EG) 725/2004 de burgemeester het desbetreffende schip aan een van de controlemaatregelen, bedoeld in Verordening (EG) 725/2004 onderwerpt.
Op grond van Aanwijzings- en mandaatbesluit Havenbeveiligingswet zijn al deze taken en bevoegdheden neergelegd bij de Port Security Officer, te weten de Havenmeester van North Sea Port dan wel een vervanger. Het besluit maakt het tevens mogelijk dat de Port Security Officer deze taken kan doorleggen aan de plaatsvervangend Havenmeester en de adviseur veiligheid van North Sea Port Netherlands N.V.