Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Bevoegdheden mandaat/machtiging

Onderdeel van Aanwijzings- en mandaatbesluit Havenbeveiligingswet

Aan de Havenveiligheidsfunctionaris (Port Security Officer) mandaat respectievelijk machtiging te verlenen tot de uitoefening in zijn naam van de volgende bevoegdheden uit de wet: de uitvoering, respectievelijk de toepassing van het geen bepaald in artikel 4 van de wet; de coördinatie van havenveiligheidsmaatregelen en maatregelen als bedoeld in artikel 4d van de wet; het in acht nemen van algemene en bijzondere aanwijzingen bedoeld in artikel 5 lid 1 van de wet; het verschaffen van inlichtingen als bedoeld in artikel 5 lid 2 van de wet; het verlenen van een instemming als bedoeld in artikel 6 van de wet; de afgifte van een havenbeveiligingscertificaat met een geldigheidsduur van ten hoogste vijf jaar als bedoeld in artikel 7 lid 1 en lid 2 van de wet; het doen van een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 7 lid 3 van de wet; het uitvoeren van de taken, bedoeld in artikel 8 van de wet; het verlenen van een ontheffing of een instemming met een gelijkwaardige beveiligingsregeling als bedoeld in artikel 10 van de wet; het uitvoeren van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 11a van de wet; het uitvoeren van de taken en bevoegdheden als bedoeld in artikel 11b van de wet; De verlening van de bevoegdheden als bedoeld in artikel 3, lid 1 heeft geen betrekking op: de toepassing van de bevoegdheden op grond van artikel 125 van de Gemeentewet tot handhaving van de Havenbeveiligingswet; de intrekking van een gegeven instemming met een beveiligingsplan en het bijbehorende havenbeveiligingscertificaat als bedoeld in artikel 9 van de Havenbeveiligingswet; Aan de Havenveiligheidsfunctionaris (Port Security Officer) ondermandaat te verlenen ten aanzien van het uitoefenen van de bevoegdheden van de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 18 van de Regeling havenstaatcontrole 2011.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel