Voor leningen en garantstellingen uit hoofde van de publieke taak gelden voor het College van B&W de volgende kaders:
Het College hanteert een terughoudend beleid om leningen en garantstellingen uit hoofde van de publieke taak te verstrekken;
Het College verstrekt uitsluitend garantstellingen uit hoofde van de publieke taak wanneer zij zich de behartiging van een maatschappelijk belang aantrekt op grond van de overtuiging dat dit belang anders niet goed tot zijn recht komt;
Alvorens het College besluit tot het verstrekken van een lening of garantstelling aan een organisatie worden vooraf de financiële risico’s beoordeeld, worden aspecten van staatssteun onderzocht en wordt rekening gehouden met de mogelijke imageschade;
Bij het afgeven van garantstellingen wordt gebruik gemaakt van waarborgfondsen, zoals het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, het Waarborgfonds Sport en het Waarborgfonds Zorg. Indien geen beroep kan worden gedaan op een Waarborgfonds dan worden door de gemeente zoveel mogelijk zekerheden gevestigd;
Het college besluit niet over het verstrekken van garantstellingen waarbij de gemeente direct moet betalen als de geldverstrekker daarom vraagt, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen en
Het College stelt binnen de kaders van dit artikel nadere regels vast voor de verstrekking van leningen en garantstellingen (uitvoeringsregeling). Verwezen wordt naar de Nota geldleningen u/g en borgstellingen Waddinxveen 2016.
Toelichting:
Gemeenten zijn, zeker in de huidige economische omstandigheden, zeer kredietwaardig. Zij vormen dan ook een gewilde partij om een garantstelling, borgstelling of financiering van te betrekken. Op grond van de Gemeentewet heeft het College de bevoegdheid om privaatrechtelijke rechtshandelingen aan te gaan, waaronder verstrekking van leningen, borgstellingen en garanties. Deze bevoegdheid van het College wil echter niet zeggen dat het College hierin geheel wordt vrijgelaten. In de Financiële verordening 2015 (incl. 1e wijziging) is vastgelegd dat het College van B&W indien mogelijk zekerheden moet bedingen (continuering bestaand beleid).
In dit Treasurystatuut wordt de term garantstelling gehanteerd. Hoewel de begrippen garant- en borgstellingen een zekerheid voor een geldverstrekker inhouden, betekenen ze niet precies hetzelfde. Bij een garantstelling moet de partij die garant staat direct betalen wanneer de geldverstrekker daarom vraagt. Bij een borgstelling hoeft dit pas wanneer de geldverstrekker eerst de hoofdschuldenaar heeft aangesproken en in gebreke gesteld. Garantstellingen waarbij de gemeente direct moet betalen als de geldverstrekker daarom vraagt moeten volgens de 1e wijziging van de Financiële verordening 2015 zoveel mogelijk worden voorkomen. Uitgangspunt is het verstrekken van garanties in de vorm van borgstellingen, waarbij eerst de hoofdschuldenaar door de geldverstrekker wordt aangesproken en dus in gebreke gesteld. Door geldverstrekkers worden de termen garantstelling en borgstelling niet altijd uniform gebruikt. Het is van belang hierop alert te zijn. Naar aanleiding van de 1e wijziging van de Financiële verordening 2015 is lid 5 aan artikel 5.3. van dit statuut toegevoegd, waarbij de term borgstelling is weggelaten aangezien de gemeente bij een borgstelling nooit direct hoeft te betalen als de geldverstrekker daarom vraagt.
Op grond van de Wet Fido mag de gemeente alleen leningen, borgstellingen en garanties verstrekken voor de uitoefening van de publieke taak. Een goed beleid hiervoor is een leidraad voor het omgaan met bijbehorende verzoeken. Het College zal daarom nadere regels vaststellen voor de verstrekking van leningen en borgstellingen.
Hoofdstuk 5. › Paragraaf 5.3
Artikel 5.3
Artikel 5.3
Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Waddinxveen 2016