Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6. › Paragraaf 6.1

Artikel 6.1

Artikel 6.1

Onderdeel van Treasurystatuut gemeente Waddinxveen 2016

1.. De wettelijke kasgeldlimiet, zoals bedoeld in artikel 1. onder f, van de Wet Fido wordt in principe niet overschreden; 2.. Indien de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet toch overschrijdt dan stelt het College de Raad en de toezichthouder daarvan op de hoogte met een bijbehorend plan om binnen de kasgeldlimiet te komen; 3.. De wettelijke renterisiconorm, zoals bedoeld in artikel 1. onder h, van de Wet Fido wordt in principe niet overschreden; 4.. Indien de gemeente de renterisiconorm toch overschrijdt dan stelt het College de Raad en de toezichthouder daarvan op de hoogte in de Paragraaf financiering van de begroting voor het eerstvolgende begrotingsjaar en vraagt hiervoor ontheffing; 5.. Nieuwe leningen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; 6.. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie; 7.. De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de rentevisie van één of meerdere vooraanstaande financiële ondernemingen. Toelichting: Het renterisico is het gevaar dat veranderingen in de rentestructuur effect zal hebben op de resultaten van de gemeente. Het renterisico dient te worden afgedekt door het opbouwen van een evenwichtige leningenportefeuille in relatie tot de geldende rentestructuur en verwachtingen ten aanzien van de renteontwikkeling (herfinancieringsrisico). Een belangrijk uitgangspunt van de Wet Fido is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare lichamen. Om renterisico’s zoveel als mogelijk te vermijden zijn maatregelen opgenomen in dit Treasurystatuut. Teneinde een grens te stellen aan korte financiering (met een rente typische looptijd < 1 jaar) is in de Wet Fido de kasgeldlimiet opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage (8,5%) van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar (zie art. 3 en 4 van de Wet Fido en de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden). Voor de kasgeldlimiet hoeft niet meer ieder kwartaal een rapportage aan de toezichthouder te worden ingezonden. De informatie over de kasgeldlimiet wordt opgenomen in de Paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken. De Wet Fido geeft de gemeente de mogelijkheid om de kasgeldlimiet twee achtereenvolgende kwartalen te overschrijden. Indien de gemeente voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet overschrijdt dan stelt het College de Raad en de toezichthouder daarvan op de hoogte. Hiertoe dient de gemeente een plan in waarin wordt aangegeven hoe ze opnieuw aan de kasgeldlimiet zal gaan voldoen. Zolang het plan niet door de toezichthouder is goedgekeurd of blijkt dat het plan niet ten uitvoer kan worden gebracht kan de toezichthouder een aanwijzing geven om alsnog een aangepast plan in te zenden en om maatregelen te treffen om te voldoen aan de kasgeldlimiet. Ook kan de toezichthouder bepalen dat toestemming is vereist voor het aangaan van nieuwe kortlopende leningen. De renterisiconorm is de kern van de door de wetgever beoogde risicobeheersing. De doelstelling achter deze norm is dat de gemeente haar langlopende financiering (met een rente typische looptijd gelijk of > 1 jaar) zo moet spreiden dat de renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid. De renterisiconorm houdt in dat de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Bij de financiering is er als gevolg van de lage rentetarieven een voortdurende spanning tussen de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Er bestaat namelijk nog steeds een aanzienlijk verschil tussen rentetarieven voor vreemd vermogen met een korte en een lange looptijd. Dit betekent dat het aantrekkelijk is om het financieringstekort te financieren met kortlopend vreemd vermogen. Gezien de omvang van het financieringstekort in de gemeente Waddinxveen ontstaat er bij een looptijd van korter dan 1 jaar een conflict met de kasgeldlimiet en bij een looptijd gelijk of iets langer dan 1 jaar een conflict met de renterisiconorm. Geconcludeerd kan worden dat de Wet Fido niet voldoende aansluit op de huidige geldmarkt. Bij overschrijding van de renterisiconorm stelt het College de Raad en de toezichthouder daarvan op de hoogte in de Paragraaf financiering van de begroting voor het eerstvolgende begrotingsjaar en vraagt hiervoor ontheffing. Door nieuwe leningen af te zetten tegen de liquiditeitsplanning wordt beoogd om middelen slechts te lenen gedurende de periode dat zij daadwerkelijk nodig zijn. Een rentevisie is een toekomstverwachting over de renteontwikkeling, op basis waarvan een financieringsbeleid wordt gevoerd. Ten behoeve van het ontwikkelen van een rentevisie wordt gebruik gemaakt van enkele gezaghebbende financiële ondernemingen, waaronder de huisbankier. In dit artikel zijn de gevolgen van de Wet Schatkistbankieren voor uitzettingen verwerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel