Woonruimten genoemd in artikel 3:1 kunnen met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de regio, ten behoeve van het oplossen van, door burgemeester en wethouders in afstemming met betrokken partijen, regionale categorieën knelpunten.
Van het in het eerste lid omschreven regionaal maatwerk is ieder geval sprake bij toewijzing van woonruimte aan:
grote gezinnen die doorstromen binnen de regio en een corporatiewoning achterlaten kunnen met voorrang in aanmerking komen voor woonruimten groter of gelijk aan 80 m² woonoppervlakte;
huishoudens die een corporatiewoning achterlaten met een woonoppervlakte van groter of gelijk aan 65 m² bij een eengezinswoning en groter of gelijk aan 80 m² voor overige woningtypen, kunnen met voorrang in aanmerking komen voor woonruimten kleiner dan 80 m² die niet zijn gekenmerkt als eengezinswoning;
doorstromers binnen de regio die een schaarse grote corporatiewoning achterlaten welke is gelabeld voor een groter huishouden; deze doorstromers kunnen met een maximum van 5% van het vrijkomende aanbod direct worden bemiddeld naar een ‘niet eengezinswoning’ kleiner dan 80 m2 met een huur tot en met de huurprijsgrens en gelabeld voor een kleiner passend huishouden.
HOOFDSTUK 3
Artikel 3:7
Regionaal maatwerk
Onderdeel van Huisvestingsverordening 2019 gemeente Leidschendam-Voorburg