Tot de bevoegdheden van het Dagelijks bestuur behoren, onverminderd het bepaalde in artikel 66b van de Wet:
uitoefening van de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Wet milieubeheer, de Waterschapswet, de Waterwet en de Wet waardering onroerende zaken zijn toegekend aan de Minister van Financiën, het bestuur van ’s Rijksbelastingdienst en de directeur, respectievelijk de Deelnemers;
het vaststellen van instructies en beleidsregels voor de Inspecteur, de Ontvanger, de Ambtenaar van het SVHW en de Belastingdeurwaarder voor de uitoefening van hun bevoegdheden;
het stellen van nadere regels met betrekking tot de heffing en invordering van belastingen, heffingen en rechten;
het geheel of gedeeltelijk oninbaar verklaren van belastingen, heffingen en rechten;
het besluiten tot het aanbesteden van leveringen en diensten;
het doen van aangifte van strafbare feiten, waarvan het kennis heeft genomen;
het aanwijzen van een of meer ambtenaren van het SVHW als Inspecteur, Ontvanger, Ambtenaar van het SVHW en Belastingdeurwaarder;
het houden van toezicht op de uitoefening van de bevoegdheden door de Inspecteur, de Ontvanger, de Ambtenaar van het SVHW en de Belastingdeurwaarder.
Hoofdstuk VI
Artikel 12