Naar hoofdinhoud
1. . De Ontvanger oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Experimentenwet BI-zones en de Wet op de bedrijveninvesteringszones zijn toegekend aan de Ontvanger, respectievelijk de ambtenaar belast met de invordering van de Deelnemende rechtspersonen. 2. . De Ontvanger beslist niet tot het leggen van beslag en tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg, in hoger beroep en in cassatie dan nadat hij het Dagelijks bestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld. 3. . Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in het eerste lid neemt de Ontvanger de door de raad en/of het Algemeen Bestuur van de desbetreffende Deelnemende rechtspersonen vastgestelde kwijtscheldingsregels en de nadere regels van het Dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het Dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.

Rechtspraak bij dit artikel