Naar hoofdinhoud
Inzake de bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders met betrekking tot de besluitvorming bij evenementen wordt opgemerkt dat de burgemeester bij de vrije afweging of het evenement kan plaatsvinden, in overkoepelende zin, ook het verkeersbelang, dan wel andere belangen afweegt die onder de verantwoordelijkheid van het college vallen. Als zodanig is de burgemeester – en niet het college- op grond van artikel 174 Gemw bevoegd om geluidsvoorschriften op te nemen in de evenementenvergunning (ABRS 13-12-1999, JG 00.0055). In dit kader wordt overigens gewezen op het gestelde in artikel 2:10, eerste en tweede lid, van de APV waarin in het eerste lid een verbod is opgenomen om een openbare plaats, of een gedeelte daarvan, anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan zonder voorafgaande vergunning van (a) het bevoegde bestuursorgaan (lees: het college van B&W). Het tweede lid, onderdeel a, van dit artikel stelt dat het verbod, genoemd in het eerste lid, niet geldt voor evenementen. Als zodanig is de besluitvorming door de burgemeester om een evenement op een specifieke locatie toe te staan niet afhankelijk van de opstelling van een ander bestuursorgaan, zijnde het college.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel