Naar hoofdinhoud
Omdat een evenementenvergunning wel een beschikking is in de zin van artikel 1:3 van de Awb kunnen aan deze vergunning voorschriften worden verbonden. Ook biedt een dergelijke vergunning de mogelijkheid van rechtsbescherming aan (direct) belanghebbenden; zij kunnen bezwaar en beroep instellen. De procedure voor de beoordeling van een vergunningaanvraag gaat uit van de eventuele aanwezigheid van weigeringsgronden. De gronden voor het weigeren van een evenementenvergunning zijn opgenomen in artikel 1:8 van de APV. Deze gronden zijn: De openbare orde; De openbare veiligheid; De volksgezondheid; De bescherming van het milieu. Deze gronden dienen door de burgemeester te worden afgewogen in het kader van de toe te passen besluitvorming (discretionaire (vrije afwegings)bevoegdheid). Ook biedt artikel 2:25, tweede lid, APV de burgemeester de mogelijkheid om een aanvraag voor een evenementvergunning niet te behandelen indien de aanvraag wordt ingediend minder dan twaalf weken vóór het tijdstip waarop de aanvrager de vergunning nodig heeft. Afgezien van de eventuele toets van de burgemeester om in een voorkomend geval, op grond van artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet BIBOB), kunnen andersoortige belangen geen zelfstandige weigeringsgrond opleveren (ABRS 29-03-2003, LJN-nr. AF8028). Ook is het niet toegestaan om (subjectieve) kwaliteitsnormen aan een evenement als weigeringsgrond op te voeren (bijvoorbeeld het geval waarbij een gemeente alleen evenementen toestaat die een aantoonbare meerwaarde voor de betreffende gemeente opleveren). Juridisch uitgangspunt voor de beoordeling van evenementaanvragen en de beoordeling van meldingsplichtige evenementen is dus het juridisch kader zoals dit in de APV en in deze beleidsregel wordt aangetroffen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel