De verhouding van het innemen van standplaatsen in relatie tot het plaatsvinden van een evenement kent 2 vormen:
Het innemen van standplaatsen als onderdeel van het betreffende evenement;
Het (moeten) wijken van reguliere standplaatsen in het kader van het plaatsvinden van een evenement op deze locatie.
Ad. a.
Indien het innemen van een standplaats deel uitmaakt van het evenement en deze standplaats(en) is gelegen op het evenemententerrein, is voor een dergelijke standplaats geen standplaatsvergunning vereist omdat een dergelijke situatie wordt gelegaliseerd door de evenementenvergunning waarin deze standplaats, evenals op de aanvraag met situatietekening, wordt vermeld al dan niet onder het opnemen van specifieke voorschriften.
Ad. b.
Op grond van artikel 5:18, eerste lid, van de APV is het verboden om zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders een standplaats in te nemen of te hebben.
Indien in de verleende (individuele) standplaatsvergunning voorschriften zijn opgenomen die de standplaatssituatie regelen ten opzichte van het al dan niet moeten wijken voor een evenement, dan is deze situatie hiermee afdoende juridisch ondervangen.
Indien een dergelijke situatie niet aldus is ondervangen wordt het standpunt ingenomen dat de organisator van een evenement rekening dient te houden met de vergunde reguliere standplaatsen die binnen het evenemententerrein komen te liggen. Aldus geniet de standplaatshouder op voorhand bescherming. Uitsluitend in overleg met de houder van de betreffende standplaats, de organisator van het evenement en de evenementencoördinator dan wel marktmeester, kan worden afgesproken dat de standplaatshouder, voor de duur van het evenement, op vrijwillige basis een andere standplaats inneemt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.10.1.