In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
archeologisch monument: een onroerende zaak, een terrein met bekende of aantoonbare resten die in de ondergrond zitten van menselijke aanwezigheid in het verleden welke deel uitmaakt van het cultureel erfgoed vanwege de daar aanwezige overblijfselen, voorwerpen of andere sporen, patronen en structuren die van algemeen belang zijn wegens archeologische waarde en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling;
archeologisch onderzoek: werkzaamheden met betrekking tot het bodemarchief die ten behoeve van de archeologische monumentenzorg worden uitgevoerd volgens de eisen zoals gesteld door het college en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA);
archeologische waarden: op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde waardering van (te verwachten) sporen, objecten, patronen en structuren die in de ondergrond zitten en die een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling;
archeologische vondst: overblijfsel, voorwerp of ander spoor van menselijke aanwezigheid in het verleden afkomstig van een archeologisch monument;
archeologische toevalsvondst: Als na vooronderzoek een terrein is vrijgegeven en alsnog bij uitvoering van een werk een archeologisch vondst wordt ontdekt die niet is gebleken uit het eerder veldonderzoek;
archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op een archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn;
belanghebbende: de eigenaar, huurder of pachter van een (on)roerend goed dan wel een stichting, vereniging of organisatie met als statutaire doelstelling het behoud van cultureel erfgoed;
beschermd cultuurgoed: cultuurgoed dat:
als zodanig is aangewezen op grond van artikel 3.7, eerste lid van de Erfgoedwet;
voorkomt in een opsomming als bedoeld in artikel 3.7, derde lid van de Erfgoedwet; of
in geval van de aanwijzing van een beschermde verzameling op grond van artikel 3.8, eerste lid van de Erfgoedwet, zolang nog geen opsomming voor die verzameling is vastgesteld, redelijkerwijs onder de algemene omschrijving van die beschermde verzameling valt;
beschermde verzameling: verzameling die is aangewezen op grond van artikel 3.7, tweede lid van de Erfgoedwet;
certificaat: certificaat als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid van de Erfgoedwet;
beschermd monument: (rijks)monument als bedoeld in de Monumentenwet 1988 / Erfgoedwet 2016;
bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
bouwhistorisch onderzoek: rapportage waarin de bouw- en gebruiksgeschiedenis van een bouwwerk of structuur wordt vastgesteld, dat naar het oordeel van het college voldoet aan de ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’ uitgave Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed;
college: het college van burgemeester en wethouder van de gemeente Hoeksche Waard;
cultureel erfgoed: sporen uit het verleden die in het heden zichtbaar en tastbaar aanwezig zijn, de uit het verleden geërfde materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden (Zie ook artikel 1.1);
cultuurgoed: roerende zaak die deel uitmaakt van cultureel erfgoed;
Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard (CCE HW): de onafhankelijke gemeentelijke adviescommissie op vlak van cultureel erfgoed als bedoeld 4.20 van de Erfgoedwet en artikel 8 van deze verordening;
ensemble: een op grond artikel 6 van deze verordening aangewezen gemeentelijk monument met bijbehorende cultuurgoederen indien het geheel van het monument en cultuurgoederen in onderlinge samenhang van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is;
gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart: topografische beleidsadvieskaart van het gemeentelijke grondgebied of delen van het grondgebied, behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan, het archeologiebeleid en deze verordening, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven;
gemeentelijk erfgoedregister: een register met een lijst waarop zijn geregistreerd de in overeenstemming met deze verordening als gemeentelijk monument of gemeentelijk cultuurgoed of beschermde gemeentelijke verzameling aangewezen zaken;
gemeentelijk monument: onroerend monument, dat in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening als gemeentelijk monument is aangewezen;
gemeentelijk stads –of dorpsgezicht: stads –of dorpsgezicht dat in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening als gemeentelijk stads –of dorpsgezicht is aangewezen;
monument: een onroerende zaak dat van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap, cultuurhistorische waarde of is een terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak, dat deel uitmaakt van het cultureel erfgoed;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 en 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
opgraving: handelingen als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid Erfgoedwet;
redengevende omschrijving: een beschrijving van de op dat moment bestaande situatie van het exterieur en interieur van een monument of cultuurhistorische waarden met daarin opgenomen een waarde stelling volgens de waarderingscriteria voor cultureel erfgoed;
rijksmonument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3 Erfgoedwet;
verzameling: cultuurgoederen die uit cultuurhistorisch of wetenschappelijk oogpunt bij elkaar horen;
stads- en dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten of cultuurhistorische elementen bevinden.
Hoofdstuk 1
Artikel 1.