Naar hoofdinhoud
1.. Het college kan, al dan niet op aanvraag de eigenaar, een onroerende zaak aanwijzen als gemeentelijk monument, indien dit van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; 2.. Een belanghebbende kan een suggestie doen aan het college om een zaak aan te wijzen als gemeentelijk monument; 3.. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het advies aan de Commissie Cultureel Erfgoed Hoeksche Waard en stelt, voor zover mogelijk, de eigenaar en beperkt zakelijk gerechtigde in de gelegenheid te worden gehoord. In spoedeisende gevallen kan het college hiervan afwijken; 4.. In het geval zich de situatie als bedoeld in het eerste lid voordoet en de cultuurhistorische waarde van de betreffende zaak in het geding is, kan het verzoek worden opgevat als een spoedeisend geval als bedoeld in het derde lid, tweede volzin, van dit artikel; 5.. Het college laat van het monument een beschrijving opstellen door een deskundige. De eigenaar, beperkt zakelijk gerechtigde en gebruiker van het monument zijn desgevraagd verplicht mee te werken aan het opstellen van een beschrijving; 6.. Dit artikel is niet van toepassing op: rijksmonumenten (artikel 3.1 lid 1 Erfgoedwet), en monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet 2016.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel