Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd:
voor een maatwerkvoorziening in natura dan wel een pgb, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt, en afhankelijk van het inkomen en vermogen van de cliënt en zijn echtgenoot.
De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 17,50 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd.
De kostprijs van een maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald:
a. door een aanbesteding;
b. na een consultatie in de markt, of
c. in overleg met de aanbieder.
De kostprijs van het pgb is gelijk aan de hoogte van het pgb.
In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb vastgesteld en geïnd door de opvangorganisatie.
Als een maatwerkvoorziening in natura of een pgb wordt verstrekt ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is de bijdrage in de kosten verschuldigd door:
a. de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en
b. degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
In afwijking van het vorige lid is in ieder geval geen bijdrage verschuldigd indien de ouders van het gezag over de cliënt zijn ontheven of ontzet.
De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het uitvoeringsbesluit.
Hoofdstuk 4-
Artikel 18.
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb's
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Buren 2019