Een commissielid wordt een vergoeding toegekend van 175% van de vergoeding waarop hij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak op maakt als:
het commissielid op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie is aangetrokken en/of
het commissielid een vergoeding ontvangt die niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en/of de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
De commissievoorzitter en de kamervoorzitters van de vaste commissie van advies voor bezwaar- en beroepschriften, als bedoeld in artikel 3.4.2 van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt een vergoeding van 250%, respectievelijk 200% toegekend van de vergoeding waarop zij overeenkomstig artikel 3.4.1, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers aanspraak maken.
Artikel 6.
Verhoging vergoeding commissieleden (niet-raadsleden) voor het bijwonen van commissievergaderingen i.v.m. bijzondere deskundigheid of zwaarte taak
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden 2019